De kwaliteit van vijverwater

Categorie: Vijver

De kwaliteit van het water wordt bepaald door de stoffen die erin opgelost zijn. Dat kunnen hardheidvormende stoffen zijn, zoals calcium en magnesium, en primaire voedingsstoffen voor de planten, zoals fosfaten en nitraten. Verder spelen belangrijke gassen, zoals zuurstof en koolstofdioxide, een rol.

Deze en nog vele andere stoffen bepalen de kwaliteit van het water in de vijver. De concentraties van een groot aantal van de in het water opgeloste stoffen kunt u met een aantal tests eenvoudig zelf vaststellen. Meer informatie hierover vindt u bij de vakhandel.

De stofwisseling

Koolstofdioxide en zuurstof behoren naast de voedingsstoffen tot de belangrijkste stoffen die zich in het vijverwater bevinden. Beide stoffen zijn onmisbaar voor de groei van planten en het leven van vissen.
Koolstofdioxide, of CO2 wordt voornamelijk geproduceerd door micro-organismen (bijvoorbeeld bacteriĆ«n) in de vijver. Dit doen zij zowel overdag als ’s nachts. Daarnaast zetten waterplanten zuurstof in koolstofdioxide om, zij het in beperkte mate. Dit gebeurt vooral ’s nachts.

Planten, en dus ook waterplanten, nemen overdag met behulp van zonlicht koolstofdioxide op en zetten het kooldioxide in zuurstof (O2) om. Dit proces wordt fotosynthese genoemd. Onderwaterplanten geven de zuurstof aan het vijverwater af, waardoor de vissen deze zuurstof kunnen gebruiken.

Samengevat gaat het proces dus als volgt: micro-organismen produceren kooldioxide, waterplanten zetten dit kooldioxide in zuurstof om en vissen gebruiken deze zuurstof.

Het koolstofdioxidegehalte

Voor de groei van planten en het leven van vissen is het van groot belang dat er voldoende koolstofdioxide in het water zit.

Per jaar bekeken

Waterplanten nemen koolstofdioxide uit het vijverwater op en zetten dit in zuurstof om. Tijdens dit proces komen bouwstoffen vrij, die de planten voor hun groei benutten. Omdat voor dit proces ook zonlicht nodig is, is de groei van planten in de lente en in de zomer het grootst. Daarom is ook de opname van koolstofdioxide het grootst in die jaargetijden. In het najaar en in de winter wordt minder koolstofdioxide opgenomen, waardoor er een overschot aan koolstofdioxide ontstaat. Dit koolstofdioxide kan aan het in het water aanwezige calcium en magnesium gebonden worden.

Op deze manier ontstaat carbonaat. Als er op een ander tijdstip een tekort aan koolstofdioxide is, wordt het carbonaat aangesproken. Als er te weinig calcium en magnesium in het water aanwezig is, verzuurt het water door een teveel aan koolstofdioxide. Er treedt dan ook een zuurstofgebrek in de diepere gedeeltes van de vijver op. Omdat er vooral in de herfst en in de winter een overschot aan koolstofdioxide is, is er vaak in de winter een zuurstofgebrek.

Per dag bekeken

Onderwaterplanten nemen met behulp van licht koolstofdioxide uit het vijverwater op en geven zuurstof af. Het koolstofdioxidegehalte vermindert daarom naarmate de dag vordert. ’s Nachts is het proces omgekeerd: de planten nemen zuurstof op en geven koolstofdioxide af, zij het in beperkte mate. Micro-organismen, de grootste producenten van koolstofdioxide, produceren zowel overdag als ’s nachts koolstofdioxide.

Dit alles betekent dat de hoeveelheid koolstofdioxide ’s nachts toeneemt en in de loop van de dag beduidend afneemt. Dit proces doet zich alleen voor in goed functionerende vijvers, die in biologisch evenwicht verkeren, dus als er sprake is van een groeiende hoeveelheid onderwaterplanten en voldoende activiteit van de micro-organismen.

Het zuurstofgehalte

Zuurstof komt op verschillende manieren in het vijverwater terecht. Ten eerste wordt het uit de lucht opgenomen. De vijver neemt meer zuurstof op als de wateroppervlakte groot en de diepte klein is. Ook door bewegingen in het water (door regen, wind of een fontein) wordt er door de vijver meer zuurstof opgenomen. Ten tweede produceren onderwaterplanten en algen zuurstof.

Een zuurstofgebrek kan door verschillende factoren ontstaan. Zo kan de vijver een te klein wateroppervlak hebben. Hierdoor kan er vooral voor dieper in de vijver levende micro-organismen een zuurstofgebrek ontstaan. Ook is het maximale zuurstofgehalte van de watertemperatuur afhankelijk.

Vooral in de winter komt een overschot aan koolstofdioxide veel voor. Als er te veel koolstofdioxide in het water aanwezig is, hoopt dit gas zich op de bodem van de vijver op. Hierdoor ontstaat er in de diepere waterlagen een gebrek aan zuurstof. De gevolgen hiervan zijn desastreus voor de vissen en micro-organismen. Ook kan er ’s ochtends tijdelijk een zuurstofgebrek ontstaan, omdat waterplanten ’s nachts zuurstof opnemen in plaats van afstaan.

U kunt eenvoudig constateren of er sprake van een zuurstofgebrek is. De vissen houden zich dan boven in het water op, happen naar lucht en zijn traag in hun bewegingen. Zuurstofgebrek in de onderste waterlagen kan zich uiten in een dun olielaagje op het wateroppervlak, veroorzaakt door afgestorven micro-organismen.

De carbonaathardheid

Als er te veel koolstofdioxide in het water zit, dan wordt dit koolstofdioxide via een chemisch proces aan calcium en magnesium gebonden. Het resultaat van dit proces is carbonaat. De hoeveelheid carbonaat in het water wordt de “carbonaathardheid” genoemd. De carbonaathardheid is dus een maat voor de hoeveelheid gebonden koolstofdioxide in het water. In het najaar en in de winter is er een toename van de hoeveelheid vrije koolstofdioxide. Hierdoor neemt ook de carbonaathardheid toe, mits er voldoende calcium of magnesium in het water zit.

Planten gebruiken koolstofdioxide om te groeien en om zuurstof te produceren. Als de micro-organismen in de vijver te weinig koolstofdioxide produceren, gebruiken de planten de voorraad koolstofdioxide in het carbonaat. De carbonaathardheid neemt dan af. Een continu dalende carbonaathardheid betekent dus dat er te weinig micro-organismen actief zijn, waardoor het vijvermilieu verslechtert.

In nieuwe of stagnerende vijvers kan het nodig zijn dat u de carbonaathardheid moet verhogen. Carbonaat is een koolstofdioxidebron en daarmee speciaal voor onderwaterplanten een uitstekende groeistimulans. Een goede carbonaathardheid, ofwel KH-waarde, ligt tussen de 6 en 10 DH (Duitse Hardheidsgraden). Deze waarde kunt u met eenvoudige tests zelf vaststellen. Meer informatie hierover vindt u bij uw tuincentrum. Het heeft alleen zin om de carbonaathardheid in de lente en in de zomer te verhogen, omdat de planten dan aan veel koolstofdioxide behoefte hebben.

De zuurgraad

De zuurgraad van het water is op de plantengroei en op de ontwikkeling van het vissenbestand van invloed. De zuurgraad wordt aangegeven met behulp van de pH-waarde. Deze waarde kan tussen de 0 en 14 liggen, waarbij een lage waarde een zuur milieu en een hoge waarde een basisch milieu aangeeft.

Voor tuinvijvers mag de zuurgraad tussen pH=7 en pH=8 schommelen. Bij een zuurgraad beneden 6,5 kunnen waterplanten bijna niet meer groeien, en gaan vissen zelfs dood. Een te hoge zuurgraad heeft weliswaar geen nadelige gevolgen voor de vissen, maar is funest voor de groei van waterplanten. Er ontstaan dan ook vaak zweefalgen. Het gevolg hiervan is dat het water groen wordt.

Dagelijkse variatie

Een deel van het in het water aanwezige koolstofdioxide vormt koolzuur. Koolzuur maakt het water zuurder. De zuurgraad hangt dus af van de hoeveelheid koolstofdioxide in het water. Waterplanten gebruiken overdag koolstofdioxide om te groeien en om zuurstof te produceren. Als de waterplanten in een vijver goed groeien, is het koolstofdioxidegehalte in het water ’s avonds lager dan ’s ochtends. Daarom wisselt de zuurgraad in een gezonde vijver gedurende de dag, evenals het koolstofdioxidegehalte.

Als de zuurgraad ’s morgens vroeg relatief laag is (pH=7-8), en ’s avonds relatief hoog (pH=8-9), functioneert het vijvermilieu goed. De planten groeien en het water is helder. Als de zuurgraad ’s morgens en ’s avonds even hoog is (pH=9 of hoger), is er sprake van stagnatie: de onderwaterplanten groeien niet en er ontstaat een vijver vol met algen.

Jaarlijkse variatie

’s Winters is er een overschot aan koolstofdioxide. Als de hardheid van het water hoog genoeg is, wordt het teveel aan koolstofdioxide in carbonaat omgezet en verzuurt het milieu niet. De zuurgraad komt dan ook niet onder pH=7.
Als de hardheid van het water te laag is, is er te weinig calcium aanwezig om het overtollige koolstofdioxide te binden. Het milieu verzuurt en er ontstaat een zuurstofgebrek. De zuurgraad daalt in dit geval naar waarden beneden pH=6.
Een lage pH-waarde kan dus verhoogd worden door de gezamenlijke hardheid (GH-waarde) van het water te verhogen. In de handel zijn eenvoudige tests verkrijgbaar waarmee u de zuurgraad zeer nauwkeurig kunt vaststellen.

De afbraak van materiaal

Nitraten en fosfaten zijn de belangrijkste voedingsstoffen voor plantaardige organismen, dus voor alle waterplanten in de vijver, maar ook voor de algen. Nitraten en fosfaten komen op diverse manieren in de vijver terecht. De grootste hoeveelheden komen bij de afbraak van plantenresten, bladeren en ander organisch afval door micro-organismen vrij. Alle stoffen waaruit organisch materiaal is opgebouwd (de biomassa), komen bij dit proces weer in het milieu vrij. Naast vele spoorelementen en mineralen zijn dat stikstofverbindingen (waaronder nitraten), fosfaten en koolstofdioxide (CO2).
In een goed functionerende vijver met voldoende plantengroei, vormen deze vrijkomende voedingsstoffen geen probleem. De waterplanten nemen de voeding op en zetten die in bladgroen om. Wanneer de hoeveelheid voedingsstoffen zodanig toeneemt dat de aanwezige waterplanten niet meer alles kunnen opnemen, ontstaat er een probleem. Een voedingsoverschot betekent namelijk automatisch algengroei.

De concentraties van de belangrijkste voedingsstoffen in het water, nitraat (NO3) en fosfaat (PO4), kunt u met een aantal tests eenvoudig zelf vaststellen. Meer informatie hierover vindt u bij de vakhandel.

Vijver

Zwembad