|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De
ontdekking van een vennetje op de hei komt altijd als een verrassing.
Het lopen door de ineengestrengelde hei gaat steeds moeizamer, de voeten
zakken steeds verder weg en opeens staat de wandelaar oog in oog met een
waakzaam kijkende reiger, die roerloos bij een verstild watertje staat:
een vennetje. Ontstaan uit een met regenwater gevulde ondiepte in een
schrale zandbodem, is het watertje in de loop van vele jaren van een
kalig plasje veranderd in een met donkerbruin bocht gevuld vennetje.
Eerst groeien er grasachtigen als zegge
en rus. Vervolgens verschijnen de veenmossen, planten zonder wortels,
die aan de onderkant afsterven en aan de bovenkant steeds weer
aangroeien. Na verloop van tijd vormen de veenmossen een drijvend,
heldergroen moskussen. Veenmossen
hebben de eigenschap om water te kunnen vasthouden. Sphagnum papillosum bijvoorbeeld, kan tot veertig maal het eigen
gewicht aan water vasthouden. Het wateropzuigende vermogen van de
waterachtige structuur, de lage zuurgraad en de desinfecterende stof `sphagnol'
maken hem geschikt om als verbandmateriaal te gebruiken. In de Eerste
Wereldoorlog gebeurde dat ook. Door het ontstaan van veenmos is het water niet meer zichtbaar en op de zompige veenmoskussens vestigen zich het blaasjeskruid (Utricularia vulgaris) met z'n bleekgroene luchtloten, en het met witte `watjes' bloeiende veenpluis (Eriophorum angustifolium). Daartussen vinden we soms ook de zonnedauw (Drosera). Met de beweegbare giftige tentakeltjes die langs de bladranden staan, vangt dit vleesetende plantje vliegjes en andere insecten.
Kienhout, veenbruggen en veenlijken
Het
nog aanwezige water in het vennetje is zuur, zo zuur dat schimmels er
geen kans hebben. Het veen conserveert alles wat erin is terechtgekomen.
Wegen van aan elkaar gebonden boomstammen uit lang vervlogen tijden
blijven bewaard. Deze veenbruggen zijn bij het ontginnen van het veen -
het turfsteken - na eeuwen verborgen te zijn geweest onder dikke lagen
veen, weer zichtbaar geworden. Ook
komt fossiel hout, het kienhout, dat bestaat uit in de oorspronkelijke
zandbodem goed bewaard gebleven wortelstronken, aan de oppervlakte. Bij
tijd en wijle wordt een veenlijk gevonden: een dode uit prehistorische
tijden, waarvan de huid door de zure omgeving gelooid is.
Een veenvijver
Thuis
in de tuin kan ook best een klein vennetje gemaakt worden. Op een
schaduwrijk plekje graven we een halve ton of een metselkuip in. Een
paar stukken turf (verkrijgbaar bij tuincentra) leggen we onder wat
stenen op de bodem. De turf zorgt voor de zure omgeving, noodzakelijk
voor de venvorming. In het turf achtergebleven sporen van veenmossen
zullen ontkiemen en daarmee is het begin van het vennetje een feit. Veel
onderhoud behoeft het tuinvennetje niet: het mos houdt voldoende water
vast om in droge tijden in leven te blijven en overtollig water van
uitbundige regenval loopt over de rand van het vennetje weg. Door wat
turven rond de veenvijver te leggen, scheppen we gunstige omstandigheden
voor moerasplanten, zoals hemelsleutel (Primula) en Hosta's. Zo'n tuinvennetje, waarin de natuur ongeremd
z'n gang gaat, past in de wat wildere tuin. |
|
|
|
|
| Bron tekst: Bram Wolthoorn, redacteur De Tuingids - www.detuingids.be | |
|
|
|
|
>>> Terug naar de beginpagina van www.tuinfo.nl <<< © 2005 www.TuinFo.nl |
|
|
|
|
|
||
|
|
|
|