Dit artikel is geschreven door Henry van de Kolk

Henry van de Kolk is eigenaar van een hoveniersbedrijf gevestigd in Nunspeet. Naast de werkzaamheden buiten, is hij bezig met het maken van tuincursussen. Hij probeert mensen zoveel mogelijk te informeren over de tuin via zijn website en nieuwsbrief.


Druiven

 


De geschiedenis van de druif is zeer oud. De eerste mensen van wie bekend is dat zij druiven gebruikt hebben om er wijn van te maken waren de Ariërs en de Semieten. Maar ook vele andere volkeren waren bedreven in de kunst van het wijn maken. De Romeinen die ook in Nederland en België zijn geweest hebben een grote invloed gehad op de verspreiding van de wijnbouw in Europa. Overal waar de Romeinen kwamen, brachten zij hun wijnstokken mee, die ze op de daarvoor geschikte plaatsen uitplantten. Na de Romeinen heeft het christendom veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de druiventeelt tot halverwege de 19e eeuw. De christenen gebruikten de wijn voor het belijden van hun geloof in de kerken. Het verval van de druivenkweek is ontstaan toen de energieprijzen sterk gingen stijgen. De Belgische serres werden verwarmd, wat door de energieprijzen een duur grapje werd, maar ook het ontstaan van de EEG heeft ervoor gezorgd dat het aantal druivenkwekers drastisch omlaag ging. Toch komen er langzamerhand weer mensen in Nederland en België die met wijngaarden beginnen. Ook voor u als hobbyist met of zonder kas is de druif een prachtige plant waar u veel plezier aan kunt beleven.

 

Het planten van druiven

 

Let bij aankoop van jonge druiven op de volgende punten:

 

  • Voldoende wortels

  • Een gelijkmatig vergroeide veredelingsplek

  • 3 tot 4 goede gerijpte knoppen

  • Geen ziekten en schadelijke diertjes

 

Druiven houden van zon en warmte, hier zult u rekening mee moeten houden als u van plan bent om elk jaar een mooie oogst te verkrijgen. Verder is het belangrijk dat de plant niet constant in de wind staat,  jonge groeipunten en bladeren kunnen hierdoor afsterven. Ook grondsoort en vochtigheid van de bodem zijn van groot belang voor een goede groei van de druivenplant. Een plekje in het zuiden, en tegen een muur is de ideale plek, de gevel waar de plant tegenaan staat vangt namelijk een heleboel warmte op, die dan s nachts weer wordt uitgestraald. Dit heeft als voordeel dat de plant in het voor en najaar op een warmere plek staat en er minder kans is op schade door nachtvorst.

Nog een voordeel van het kweken tegen een muur is dat u een goede, stevige achtergrond hebt om de druivenplant tegen te bevestigen. Ook een schutting, pergola of prieel is geschikt om de plant de nodige steun te geven.

 

Het planten van een druivenplant moet gebeuren op een afstand van tenminste 30 centimeter van de muur. Plant de druif schuin in de grond zodat de ent 10 cm vanaf de muur staat en de wortels 30 cm. De ent moet net boven de grond uitkomen, zorg voor een ruim plantgat zodat de wortels gelijkmatig kunnen worden uitgespreid. Bij pergola’s of andere ornamenten kunt u de druivenplant 10 cm van de paal plaatsen.

 

Als u de gelukkige bezitter bent van een kas kunt u de druivenplant hier perfect opkweken. Als de kas of serre ook nog eens verwarmd is, heeft u het met afrijpen nog gemakkelijker, omdat het uitlopen en afrijpen van de druiven dan vervroegd kunnen worden. Als u bijvoorbeeld al vanaf maart begint met verwarmen tot zo’n 18 graden dan kunt u eind juli de eerste rijpe druiven al oogsten.  Wel moet u in de kas letten op een goede beluchting en een juiste snoei in de zomer, omdat anders de hele oogst verloren kan gaan door schimmels, zoals meeldauw en botrytis. Er zijn vele bestrijdingsmiddelen tegen deze plagen, maar voorkomen is beter dan genezen en een eenmaal aangetaste tros is niet meer te redden. Veel luchten zodat er zo weinig mogelijk vochtige lucht in de kas blijft hangen is noodzakelijk.

 

De grondsoort

 

Druiven geven de voorkeur aan een kalkhoudende bodem. Hieronder een beschrijving van een aantal grondsoorten

 

Zandgrond

 

Op zand kunt u prima druivenplanten verbouwen, mits u voldoende organische mest geeft om de grond vruchtbaarder te maken. Oude stalmest, compost of andere meststoffen die de eigenschap hebben dat ze voedingsstoffen en vocht vasthouden. vooral het laatste is erg belangrijk op zandgronden omdat zandgrond snel droog is.

 

Zware kleigrond

 

Is minder geschikt, omdat deze grondsoort bij veel regen dichtslaat, dit kan schadelijk zijn als het te lang duurt doordat de luchttoevoer naar de wortels haast afgesloten wordt. Zonder zuurstoftoevoer zullen de wortels langzaam afsterven, ook kunnen de wortels veel minder voedingsstoffen opnemen. Zware grond kan luchtiger gemaakt worden door organische materiaal te gebruiken, zoals stro of bladeren op deze manier wordt de grond luchtiger maar ook voedzamer. Compost is af te raden omdat het te fijn van structuur is.

 

Veengrond

 

Omdat veengrond zuur is zult u geen tot slechte resultaten behalen. Een oplossing is om kalk toe te voegen. Het beste kunt u kalk uit zeewier gebruiken omdat dit veel mineralen bevat. De kalk bemesting zult u vaak moeten herhalen, toch zal jammer genoeg het resultaat tegenvallen.

 

Een aantal rassen

 

Er bestaan ongeveer 8000 soorten druivenrassen. De Vitis vinifera Europese druif is voor ons als tafeldruif en wijndruif veruit het beste soort. We kunnen de rassen verdelen in drie soorten. Amerikaanse druif, Europese druif en de hybride. Een hybride is een kruising van een Amerikaanse en Europese druif. Niet elke hybride is geschikt om te eten, er zit een onaangename smaak aan een goed voorbeeld hiervan is de ‘Rembrandt’. Andere hybriden, zoals de ‘Triomph d’ Alsace’, de ‘Seyval Blanc’ en ook de bij ons bekende druif ‘Glorie van Boskoop’ hebben een betere smaak. Nog een voordeel van de hybride is dat ze een hoge weerstand hebben tegen schimmelziekten en zij kunnen beter tegen het koude klimaat in deze omstreken.

 

Blauwe druiven

 

Boskoops Glory

Dit is een uitermate geschikte druif voor Nederland, in warmere landen krijgt de Boskoops Glory een neutraal zoete smaak en een lichte vossensmaak, die veel mensen niet prettig vinden. In klimaat gebieden zoals Nederland en Belgie krijgt deze plant een vroege rijping en een milde druivenaroma, en smaken ze heerlijk.

 

Esther

De resistentie tegen schimmels is goed, in de herfst valt naast de heerlijke vruchten ook de dieprode bladverkleuring op.

 

Frankenthaler

Is een oud ras uit Zuid-Tirol in het noorden van Italië. Dit soort moet in een kas of serre gekweekt worden. Ze heeft een krachtige groei en mooie vruchten, maar is vatbaar voor meeldauw en botrytis

 

Leopold III

Een Belgische soort, die alleen onder glas gekweekt kan worden en een matige groei vertoond. ze beschikt wel over een goede weerstand tegen ziekten.

 

Muscat blue

Is schimmelresistent in een vochtig klimaat.

 

Witte druiven

 

Angela

Grote geel groene druiven aan grote trossen. Smaakt aangenaam en zacht.

 

Bristaler Muskat

Kruising uit Zwitserland tussen Seyval Blanc x Bacchus. Een vroegrijpe soort, de takken groeien opvallend rechtop.

 

Muskaat van Alexandrië

Een oude soort die oorspronkelijk uit Alexandrië in Egypte komt. Een druif die smaakt naar muskaat. De plant heeft een sterke groei en is laatrijpend.

 

Vroege van der laan

Bijzonder geschikt voor teelt in de buitenlucht. Hij wordt gerekend als een van beste witte druiven die in ons klimaat vertoeven.

 

Het vermeerderen van druiven

 

Druiven kunt u vermeerderen door te zaaien, elk zaadje geeft een totaal nieuwe plant, ze zijn dus nooit hetzelfde als de ouderplant. Als u het leuk lijkt om druivenplanten uit zaad te kweken moet u wel beschikken over een flinke dosis geduld, want het duurt ongeveer 4 tot 5 jaar voordat de nieuwe plant bloeit en vrucht geeft. En dan is het nog de vraag of het de moeite loont, er zijn enkele proefstations die bezig zijn met onderzoek naar nieuwe druivenrassen. Van de vele duizenden zaailingen blijven er maar een paar over die geschikt zijn voor de kweek. Het is beter om een druif door middel van stekken, afleggen of enten te vermeerderen.

 

Afleggen

 

Afleggen is erg makkelijk om te doen, het enigste wat u nodig heeft is een oudere druivenplant. Snij een laagje bast weg en buig de tak naar de grond toe en graaf hem gedeeltelijk in. Als er eenmaal voldoende wortels aanzitten kunt u de nieuwe plant van de oude afsnijden. Doe dit pas na 1 jaar. De tijd waarop u het afleggen kunt uivoeren is in de winter. De winter daarop snijdt u de jonge plant van de oude plant af en geeft u hem een nieuwe plek. De aflegger geeft meestal tijdens dat ene jaar ook nog vruchten.

 

Stekken

 

Er zijn drie vormen van stekken, namelijk de winter, zomer en oogst stek. De winterstek gebeurt tijdens de wintersnoei. Zoek een aantal sterke, gezonde eenjarige scheuten uit die toch gesnoeid moeten worden. Let erop dat dit stekken zijn van een plant die een goede opbrengst en kwaliteit heeft geleverd. Het beste tijdstip hiervoor is februari/maart. Van de takken knipt of snijdt u dan stukken van 20 cm lengte en u moet altijd onder en boven een knoop afknippen. Van de onderste knoop snijdt u voorzichtig het oog en stukje van de bast weg. De stekken steekt u dan rechtop in de voor twee derde in de grond. Dit kunt u het beste doen in een stekkist, potten of meteen op de plaats waar de nieuwe druif moet komen.  Rond half mei kunt u de jonge druivenplanten uitplanten in de volle grond of in potten.

 

De zomerstek

U neemt gezonde jonge scheuten en snijdt hieruit stekjes met twee of drie knopen. Het onderste blad wordt verwijderd en het oog ook. Hierna worden de stekken geplaatst in kistjes en onder glas gezet. Voorkom uitdroging! Deze manier van stekken is veel moeilijker omdat de jonge plantjes veel kwetsbaarder zijn.

 

Oogstek

Dit gebeurt ook tijdens de winter, knip een van eenjarig hout een stuk af met slechts 1 knoop. Dit stuk moet uit een gezonde en dikke tak gesneden worden. Dunne takken hebben niet genoeg reserve voedsel om op deze manier een nieuwe plant te vormen. De stekken legt u horizontaal in de grond, het oog iets bedekken met een dun laagje zand of aarde.

De kistjes worden onder glas of plastic gezet, zorg er altijd voor dat de luchtvochtigheid niet te hoog oploopt, hiermee voorkomt u schimmel en andere aantastingen. Als uit de stek een stevig plantje gegroeid is kunt u hem oppotten en verder opkweken.

 

Enten

Hier wil ik niet al te diep op in gaan, omdat er maar weinig particulieren zijn die deze methode zullen gebruiken. Enten vindt eigenlijk alleen plaats om de ziekte genaamd phylloxera te voorkomen. Er wordt vooral geënt op Amerikaanse soorten omdat die bijna geen last hebben van deze ziekte. Enten gebeurt op een onderstam, de onderstam wordt eerst geweekt op de winterstek manier. In de winter daarop snijdt men van deze plant de kop eraf ook worden alle knoppen verwijderd. Dan wordt van het gewenste druivenras een stukje tak met een oog genomen en als nieuwe kop op de onderstam geplaatst. Dit wordt gedaan door de onderstam en ent op dezelfde manier af te snijden, zodat beide exact tegen elkaar aan passen. Daarna worden de beide delen met een raffia tegen elkaar vastgebonden en afgedekt met entwas.

 

Het snoeien en vormen van buitendruiven

 

Een druif moet gesnoeid worden om ten eerste de plant te laten groeien zoals wij willen en ten tweede om te zorgen dat er voldoende rijpe vruchten aankomen. Het snoeien van een druif gebeurt in een paar jaar fase’s

Er zijn verschillende manieren van opkweken namelijk het guyotsysteem, deze manier van snoeien wordt in veel wijnbouwgebieden gebruikt. Dit is vooral een interessant systeem omdat er zomers mooie dichte hagen ontstaan, die goed als vervanging van de traditionele hagen dienst kunnen doen. Met de pendelbogen (zie onderaan) kunt u in kleine ruimten toch druiven kweken.

 

 

 

Jaar 1

Als u een druivenplant gekocht heeft of u heeft hem zelf gekweekt dan kunt u de druif in de winter of in het voorjaar op de gewenste plek poten. Na het planten wordt de jonge plant in teruggesnoeid tot op 2 a 3 ogen boven de grond.

Rond mei zal de plant gaan uitlopen, in een kas iets eerder. Het beste is om de bovenste scheut te laten doorgroeien en de overige scheuten weg te halen. De scheut die u laat doorgroeien kunt u het beste goed aanbinden, zodat hij niet beschadigd wordt, deze scheut wordt de stam van de druivenplant. Zijscheuten die uit de jonge stam ontstaan kunt u ook verwijderen, als de scheuten al ouder zijn kunt u ze beter terug snoeien op het eerste blad.

 

In de winter wordt de stam op een lengte van 1 meter gesnoeid en alle zijscheuten kunt u verwijderen. Als de druif nog niet de lengte van 1 meter heeft bereikt kunt u hem het beste korter terug snoeien, bij slechte groei zelfs tot op 10 tot 15 cm boven de grond. Hierdoor wordt het wortelgestel beter ontwikkeld en zal het jaar erop een goede stam ontstaan.

 

Jaar 2

Het jaar daarop komen er uit de jonge stam verschillende ogen uitlopen. De sterkste scheuten groeien vanuit de top en deze moeten weer goed worden aangebonden om beschadiging te voorkomen. De sterkste scheuten worden geseltakken, dit zijn takken die we aan de klimrek of draden bevestigen. Zijscheuten die in de oksels van de bladeren ontstaan noemen we dieven, deze kunt u na het eerste blad terug snoeien. Alle scheuten die onder uit de stam groeien moet u direct verwijderen.

In de winter kunnen de dat jaar gegroeide takken worden teruggesnoeid tot 1 meter, waarvan we als horizontale leggers er 1 als verlenging van de stam aan de draden wordt bevestigd. Als de plant tegen een pergola staat, is het de bedoeling dat de druif daar overheen gaat groeien, dan wordt er in de zomer slechts 1 tak overgelaten, die in de winter wordt teruggesnoeid tot 1 meter. Als u een druivenras heeft dat goed draagt op eenjarig hout, dit is bij de meeste wijndruiven het geval dan houdt u ook 1 tak aan. (zie plaatje boven)

 

Jaar 3

Dit jaar ziet u waarschijnlijk de eerste bloementrossen, het is verstandig om de meeste van die trossen te verwijderen, bij zwakke planten zelfs alle trossen. Dit voorkomt dat de druivenplant al zijn energie steekt in de druiventrossen. Die kracht kan beter gebruikt worden aan de groei, die op dat moment veel belangrijker is. Als u een plant met leggers hebt, kunt u in dit jaar het tweede paar leggers gaan vormen. Uit de top van de stam zullen weer verschillende ogen gaan uitlopen, van die takken houdt u er weer drie aan, de rest kan verwijderd worden.

Twee dienen als leggers en de derde als verlenging van de stam.

Uit de knoppen van de onderste leggers zullen ook scheuten komen, de scheuten aan de uiteinden van die leggers kunt u door laten groeien. De andere knoppen geven takken met de eerste bloemtrossen die u het beste kunt verwijderen.

 

 

 

Jaar 4

In dit jaar kunt u een leuke oogst verwachten. Er zijn druivenrassen die teveel bloemtrossen krijgen bijvoorbeeld het ras ‘Seibel’, heeft vaak vier trossen per tak. U zult een aantal bloemtrossen moeten verwijderen (uitdunnen) anders gaat dit ten koste van de groei en de bloemtrossen zullen moeilijk gaan rijpen. twee trossen per tak zijn meer als voldoende.

Bij de druiven die op leggers dragen, houdt u per stift een tak met bloemtrossen aan. Dit hoeft niet altijd de onderste tak te zijn, want het kan ook zo zijn dat pas het tweede of derde oog een vruchtbare tak geeft. U doet er goed aan om de onderste tak te laten zitten, maar alle andere uitgelopen takken verwijderd u zo jong mogelijk.

Ook scheuten uit slapende ogen, op de legger kunt u weghalen. De overgebleven takken snoeit u af na het vierde blad achter de tros, of na het vierde blad als er geen tros aanwezig is.

Tijdens het afrijpen van de druiven, kunt u het beste wat blad rondom de trossen verwijderen zodat ze meer licht krijgen. Zorg er wel altijd voor dat er voldoende blad aanwezig blijft om suikers te kunnen vormen. In de winter snoeit u bij leggers de tak die het dichtst bij de stam staat terug op twee tot vijf ogen. De rest kunt u weg snoeien zodat u één stift over houdt, die in het jaar daarna weer de vruchttakken zal vormen.

 

 

Door de jaren heen

 

De planten zijn nu geheel gevormd en zullen als het goed is een normale oogst opleveren. Het blijft een goede zaak om bij zwakkere maar ook bij rijke dragende planten een gedeelte van de druiventrossen te verwijderen. Bij de wintersnoei moet u altijd opletten dat u niet te laat snoeit. Het snoeien kan al in de herfst gebeuren als het blad van de bomen begint te vallen. Bij strenge winters kunt u beter niet snoeien, omdat de plant daar veel schade aan zal overhouden. U kunt de winter snoei toepassen tot en met maart daarna kan het niet meer omdat de sapstroom van de plant weer op gang is gekomen. U kunt daarna beter wachten tot de zomersnoei aan de beurt is.

 

Als na een aantal jaren de vruchtbaarheid van een legger verminderd, dan zult u voor een vervanger moeten zorgen. Het kan ook voorkomen dat de stiften te ver van de stam komen te staan. Laat een tak die dicht bij de stam staat in de zomer doorgroeien. In de winter snoeit u de oude tak in zijn geheel weg en bindt de nieuwe tak op die plek weer aan. Verwijder in het begin van de nieuwe tak alle trossen. Als u een druivenplant heeft die heel goed op jong hout groeit, kunt u de casenavesysteem gebruiken.

Als u weinig ruimte heeft in de tuin, of geen muur waar u de druivenplant tegen aan kunt laten groeien kunt u gebruik maken van de pendelbogen.

 

Bemesten

 

Omdat het voor de meeste mensen die één of twee druivenplanten hebben een beetje overdreven is om een bodemmonster te nemen en te laten onderzoeken in een bodemkundig laboratorium, vindt u hier wat algemene regels voor het bemesten van de druivenplant.

Voor het planten van een druif kunt u het beste organische meststof gebruiken, bijvoorbeeld stalmest, 5 kilo per 1 m2 moet voldoende zijn. Als u stalmest gaat gebruiken let er dan wel op dat dit oude mest moet zijn, want verse mest is te scherp voor de wortels.

Als u kunstmeststoffen gebruikt let er dan op dat u een lage stikstofgehalte gebruikt en een hoge kaligehalte. Een goede verhouding is NPK – 9-10-23. Gebruik na eind juni geen stikstof meer omdat dit een te sterke bladgroei geeft, dit komt niet ten goede aan het afrijpen van de druiven.

Ook in het eerste jaar liever geen stikstof geven, dit komt de wortelgroei niet ten goede, meng liever 100 gram patentkali door de grond. Als u kasdruiven heeft moet u goed opletten met het bemesten van druiven. De stoffen kunnen zich gaan ophopen en zo schade opleveren, vooral het keukenzoutgehalte loopt sterk op als u niet de juiste meststoffen gebruikt. Vraag aan de handelaar in de buurt naar een meststof met een zo weinig mogelijk gehalte aan natriumchloride (keukenzout). Ook is het verstandig om de kasgrond elke winter goed nat te maken, zodat een te hoog gehalte aan zout weggespoeld wordt.

 

Elk jaar na de wintersnoei kunt u de druivenplant bijmesten met NPK of organische mest. Dit is meestal voldoende voor het hele jaar.  

 

Ziekten

 

Vorstschade

Als de tempratuur onder de -15 komt wat niet zo gauw gebeurt in Nederland, zullen enkele gevoelige rassen schade door de vorst ondervinden. Als u een gevoelige soort heeft is het belangrijk dat u hem zoveel mogelijk uit de wind plaatst. Als de plant tegen een muur staat zal hij minder schade ondervinden dan in het open veld.

Een goede bemesting zal de schade ook aanzienlijk verminderen.

 

Virussen

Als u een gezonde plant kiest zult u nooit last krijgen van een virus. Aan een virus is niks te doen, de enigste oplossing is om de plant te rooien en er een nieuwe voor in plaats te zetten. 

 

Gebreksziekten

Dit ontstaat doordat de plant een te kort krijgt aan een bepaalde voedingstof, waardoor verkleuring van het blad en verzwakking van de plant ontstaan. Door die verzwakking kunnen dan weer sneller andere plagen ontstaan, zoals schimmels en ongedierte. Dit kunt u voorkomen door een bodemanalyse te laten maken, neem een bodemmonster en stuur hem op naar een laboratorium  

 

Schimmelziekten

 

Ontstaan meestal doordat er teveel vochtige lucht blijft hangen, zorg er voor dat de druivenplanten niet te dicht op elkaar komen te staan. Een kas met druiven moet regelmatig gelucht worden zodat er geen vocht blijft staan. Als er schimmel ziekten zijn kunt u door een goede zomersnoei veel goed maken.

 

Meeldauw

Er verschijnen aan de bovenkant van het blad witte schimmelplekken, het lijkt op witte stof of meel. ook op jonge vruchten kunt u dit vinden, deze zullen niet verder groeien. U kunt dit bestrijden met spuitzwavel, meng het middel in een verhouding van 4 tot 5 gram op 1 liter water. De bespuiting moet u om de drie weken herhalen, omdat het middel na een tijdje uitgewerkt raakt. Wissel af en toe met een ander middel zoals Eupareen, omdat de schimmel anders resistent wordt voor zwavel. Verwijder zwaar aangetaste delen tijdens de zomersnoei.

 

Botrytis of grijze vruchtrot

Een schimmel die de plant, bladeren en als de vruchten aanwezig zijn aantasten met een grijze schimmel die erg lastig te bestrijden is. De schimmel overwinterd op het hout als kleine zwarte vlekjes, als de aantasting in ver stadium is kunnen de winterknoppen ook beschadigd zijn. deze lopen in het voorjaar niet meer uit of zijn zo beschadigd dat de groei stagneert. Deze ziekte is te voorkomen door goed te luchten (kas), als het geregend heeft moet de plant snel kunnen drogen. Buiten kunt u dit proces stimuleren door teveel aan bladeren in de zomer te verwijderen. Ook hier moet u meerdere malen spuiten, 1 x voor de bloei, 1 x na de bloei, 1x als de bessen beginnen te groeien en 1x voor het afrijpen begint. Let erop dat u het veiligheidstermijn van het middel in de gaten houdt. Dit kan 6 tot 8 weken zijn, dus u zult 8 weken voordat u de druiven plukt voor de laatste keer kunnen spuiten.

 

Dode-arm-ziekte

Deze schimmel groeit in de stam van de druif en verspreidt zich door het afstervende hout. U kunt deze ziekte herkennen doordat bepaalde scheuten slecht tot helemaal geen vrucht krijgen, en het blad klein blijft. De takken worden spierwit en hebben kleine, zwarte vlekjes. De bestrijding ervan is simpel, snoei het aangetaste hout weg tot op het gezonde hout en verbrand de aangetaste delen. In de winter kunt u ook spuiten met vruchtboomcarbolineum en in het voorjaar als de knoppen gaan zwellen, met captan of zineb. Ontsmet uw snoeigereedschap met formaline, zodat u andere druiven niet aantast.

 

Ongedierte

 

Rode spint

Dit kan een ware plaag zijn, doordat de rode spinnetjes in de bladeren en groeipunten van de scheuten prikken. De aangeprikte cellen worden leeggezogen en sterven. Hierdoor krijgen de jonge toppen een vreemde groei en het jonge blad krijgt een misvormd uiterlijk. De spinten vindt u aan de onderkant van de bladeren het zijn kleine rode beestjes van ongeveer 1 mm. Het diertje gedijt het best in een droge en warme omgeving, een omgeving waar zoals u weet druiven het beste presteren. U kunt ze bestrijden door in de winter te spuiten met vruchtboomcarbolineum doe dit voor de knoppen gaan uitlopen, want dan bestrijdt u niet alleen de eieren maar ook de al aanwezige spinten. U zult de behandeling een aantal malen moeten herhalen.

 

Druifluis of phylloxera

Dit is de grootste plaag die een druivenliefhebber kan overkomen, omdat hier niks aan te doen is. Alleen het enten op goede onderstammen kan het probleem oplossen. In Nederland en België is deze ziekte nog nooit voorgekomen, neem liever geen druivenplanten uit het buitenland mee, mocht u de ongelukkige zijn die deze luis meeneemt…..

 

Dopluis en wolluis

Dit ongedierte komt niet veel voor op buitendruiven, maar eerder in kassen en serres. 

De grootste schade wordt veroorzaakt doordat de lluizen een kleverige stof afscheiden, de zogenaamde honingdauw. Die tof komt op bladeren maar ook op de vruchten terecht en daarop kan dan weer een schimmel gaan groeien. De bestrijding in een kas kan gebeuren doormiddel van het aanstippen van de luizen met een oplossing van spiritus en groene zeep. In grote kassen kunt u het beste gebruik maken van Gusathion.


>>> Terug naar de beginpagina van www.tuinfo.nl <<<

© 2005 www.TuinFo.nl